Terug naar overzicht

Volkskrant, De Onderneming

Nieuws

Hij kan het succes soms zelf nauwelijks geloven. Directeur Heite Dommerholt van Vivera ziet wekelijks miljoenen verpakkingen met vleesvervangende producten zijn bedrijf verlaten.

DOOR MARC VAN DEN EERENBEEMT

'Toen we 25 jaar geleden begonnen met vleesvervangers heb ik veel moeite moeten doen om mensen ervan te overtuigen dat dit het product voor de toekomst is. Nu moet ik me soms in de arm knijpen om te geloven wat we hebben bereikt. Per week gaan hier een miljoen verpakkingen de deur uit, met producten als groenteschijven en de plantaardige kipstukjes. We halen dit jaar de 40 miljoen euro omzet. En ik zal meemaken dat we door de 100 miljoen euro gaan.'

Heite Dommerholt (54), directeur van Vivera, is geen vegetariër. Hij is de zoon van een slager, eet enkele keren per week vlees en geeft ook leiding aan het moederbedrijf Enkco, dat groot werd als vleesverwerker. Hij is ook een fanatiek duursporter met een bovengemiddelde belangstelling voor voedsel.

In het witte bedrijfsgebouw van Vivera in het Overijsselse Holten is net een nieuwe productielijn geplaatst: machines die in hoog tempo producten afleveren als de vegetarische cordon bleu en de veganistische spicy bean burger. Met de nieuwe machines wordt de productie verdubbeld. En binnen een jaar wordt waarschijnlijk nog zo'n productielijn besteld. 'Alle producenten van vleesvervangers hebben moeite om de groeiende vraag bij te houden.'

Uit de onzekere eerste jaren van Vivera weet Dommerholt één ding: het moet lekker zijn. Veel consumenten denken bij vleesvervangers nog aan producten van het eerste uur. Flauwe en bleke sojabaksels. Nu betrekt Vivera professionele koks bij de samenstelling van de producten. Vooral de laatste jaren zijn grote sprongen gemaakt, vindt hij. Veel producten kunnen ook kritische proevers in de luren leggen, zoals de 'kipschnitzel' ('een van de meest succesvolle producten van de laatste maanden') en de plantaardige shoarma ('binnenkort in de winkel').

Dat met namen als 'grillworst' en 'nuggets' de associatie met vleesproducten wordt gezocht, noemt Dommerholt een kwestie van marketing. 'Als je wilt dat vleeseters kennismaken met je product, moet je dicht bij vlees blijven. We willen ook de verstokte vleeseter overtuigen: je mist niks, het is goed voor jou en het is goed voor de wereld.'

Bewuste eters

Veel van zijn klanten zijn geen vegetariër, zo blijkt. Het zijn volgens Dommerholt vooral bewuste eters: 'Wat zit er in mijn eten? Waar komt het vandaan? Is het gezond? En vindt productie zo duurzaam mogelijk plaats? De vleesproductie groeit wereldwijd al jaren en zal naar verwachting binnen dertig jaar nog verdubbelen. Dat is heel zorgwekkend. Bij de productie van een kilo vlees komt tien keer zoveel CO2 vrij als bij een kilo vleesvervanger. Daarom is het tijd voor een transitie van dierlijke naar plantaardige eiwitten. En dat kan met vleesvervangers.'

De meeste producten van Vivera zijn gemaakt van sojabonen. De soja haalt het bedrijf uit het buitenland, naar eigen zeggen uit niet-ontboste gebieden en van niet-genetisch gemanipuleerde planten. Dommerholt: 'Vijftien jaar geleden was het moeilijk om dat in grote volumes te krijgen, maar het is nu een serieuze markt geworden. In de toekomst willen we onze grondstof het liefst dichter bij huis halen. Ik heb al mooie soja zien verbouwen in het zuiden van Duitsland en Oostenrijk. Dat moet ook mogelijk zijn in Nederland.'

Kikkererwten, maïs, rijst en aardappelen zijn andere grondstoffen. Een aparte, 'veelbelovende' categorie wordt gemaakt van in Nederland geteelde lupinebonen. Dommerholt: 'Boeren in de buurt verbouwen nu lupine op proef-akkers, tegen een vergoeding. We hebben de kennis over die teelt bij oude boeren moeten halen. Zo zoeken we continu naar nieuwe bronnen van eiwitten.'

Dat vleesvervangers serieuze business zijn geworden, bewijst ook de verkoop van Vivera (en moederbedrijf Enkco) vorig jaar aan belegger Gilde. De Nederlandse investeringsmaatschappij verwierf viervijfde van de aandelen. De rest kwam in handen van het management, hoofdzakelijk van Dommerholt. 'Ook Gilde wil investeren in internationale groei', verklaart hij de keuze voor deze koper. 'In Europa zijn we een van de drie grootste producenten van vleesvervangers. We liggen als huismerk nu al in meer dan twintigduizend supermarkten in twintig landen, met Duitsland en Italië als uitschieters. Verdere groei in Europa is ons eerste doel. Daarna gaan we naar Azië en Noord-Amerika. Het is mooi om te zien hoe deze markt wereldwijd losgaat.'

Ook in Nederland lijkt nog groei mogelijk. Onderzoeksbureau IRI stelt op basis van supermarktcijfers vast dat in de eerste veertig weken van 2016 voor 62 miljoen euro aan vleesvervangers werd verkocht, een groei van zo'n 12 procent in vergelijking met dezelfde periode een jaar eerder. Als wordt gekeken naar de gehele markt voor vlees en vleesvervangers, vormt de laatste categorie nog maar 3,3 procent van het geheel. Marktonderzoeker Nielsen schat het aandeel vleesvervangers ten opzicht van vlees op 5 procent. Het (lagere) percentage van IRI gaat over het aandeel van vleesvervangers ten opzicht van vlees en vleeswaren.

Innoveren

Verdere innovatie in smaak, bite en uiterlijk moet de groei verder aanjagen, vindt de Vivera-directeur. 'We lanceren continu nieuwe producten. Vaak na vragen of tips via Facebook van onze klanten. We kregen bijvoorbeeld de vraag naar pulled veggie, een soort vegetarisch draadjesvlees. Dat willen we dan zo snel mogelijk bij de consument brengen. We moeten ook wel blijven innoveren, want we moeten ons staande houden tussen het geweld van de multinationals die deze markt ook hebben ontdekt.'

Dommerholts producten zijn nog niet allemaal veganistisch en biologisch. Dat moet veranderen. 'Om volledig veganistisch te zijn, moeten we alleen nog de eieren vervangen die we gebruiken als bindmiddel. In ons eigen laboratorium hebben we inmiddels een alternatief op natuurlijke basis gevonden. Ik kan nog niet zeggen wat dat is, maar eind volgend jaar zijn we helemaal af van de dierlijke grondstoffen.'

Helemaal biologisch worden is moeilijker, zegt Dommerholt. 'Alle grondstoffen moeten dan van gecertificeerd biologische oorsprong zijn. Dat is niet alleen prijstechnisch nog een uitdaging. Ook de verkrijgbaarheid is een probleem. Bestelt een klant met vierduizend winkels bijvoorbeeld een biologische burger met vijf groenten, dan heb je het over heel veel groente. En daarvan wil je een constante en gegarandeerde aanvoer. Niet makkelijk, want de vraag is groot en wordt alleen maar groter.'

https://blendle.com/i/de-volkskrant/dicht-bij-vlees-blijven/bnl-vkn-20161121-7369293